Trouw Duurzame top100 #18

Helene van der Vloed: IJsbreker in de zorg

Esther Bijlo

Dat de zorg mensen beter maakt en tegelijkertijd hun gezondheid schaadt door te vervuilen en te verspillen is een vrij nieuw inzicht in de sector, merkt Helene van der Vloed. Zij duwt het zorgbestuurders graag onder de neus. ‘Eerst volgt een ‘ja maar’ en aan het eind van de dag zeggen ze: ‘wat gaan we doen?’.’

Er wordt jaarlijks voor 24 miljard euro aan spullen en diensten ingekocht, er gaat 900 miljoen kuub aardgas doorheen en het stroomverbruik is 23 miljoen megawattuur. Er werken 1,3 miljoen mensen en het is een van de grootste posten op de rijksbegroting. Een ideaal doelwit om groots in te zetten op duurzaamheid: energiebesparing, minder afval, milieuvriendelijk inkopen. Dat zou lekker aantikken. Maar het gebeurt nauwelijks.

We hebben het over de zorg. Een gigantische sector, waar pas de laatste jaren iets van een duurzaam bewustzijn ontstaat. Dat is voor een aanzienlijk deel te danken aan Helene van der Vloed die de zorg probeert wakker te schudden. Dat is de jury van de Duurzame 100 opgevallen: Van der Vloed staat voor het eerst in de lijst en meteen op plaats 18. “Er is veel maatschappelijk engagement in deze sector”, constateert Van der Vloed. “De zorg voor de naaste is de kern van wat mensen doen. Maar men realiseert zich niet dat je met de ene hand mensen beter maakt en met de andere de gezondheid schaadt door vervuiling en verspilling.”

Van der Vloed werkt voor MVO Nederland, netwerk voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, als projectleider zorg. Als voormalig ondernemer – ze zette duurzaam congrescentrum Antropia in Driebergen op – weet ze van aanpakken. Maar waar te beginnen in die immense sector, waar zeer veel partijen een rol en bijbehorend belang hebben? De ziekenhuizen, verzorgingshuizen, zorggroepen, maar ook verzekeraars, vastgoedeigenaren, overheden en de patiënt zelf.

© Trouw

Eerst in de verdediging

Eerst maar eens mensen aan tafel krijgen, dacht Van der Vloed vier jaar geleden toen ze aan deze klus begon. Ze vond een aantal grote ziekenhuizen, zoals het Utrechtse UMC, het Radboudumc in Nijmegen en BrabantZorg met haar hoofdkantoor in Oss bereid mee te doen aan een expeditie naar duurzaamheid, zoals Van der Vloed het noemt. “Eerst de kopstukken, de raden van bestuur. Je moet de top mee hebben, anders gebeurt het niet.”

Ze doen niet vrijblijvend mee. Ze betalen ervoor en committeren zich voor een jaar.

“We beginnen niet met de vraag ‘hoeveel verbruik je, hoeveel verspil je?’, maar met ‘hoe zórg jij nou voor je patiënten, je medewerkers, je omgeving?’. Die vraag opent hen vaak de ogen, omdat ze dan zien dat alle acties in hun organisatie impact hebben en dat echte duurzaamheid integraal is. Heel veel komt er langs: van een grondstoffenpaspoort, energieverbruik, de inkoop, tot de vraag: wat is nu écht gezondheid? Wezenlijke vragen die in het huidige systeem te weinig opkomen.”

Van der Vloed zet deskundigen als Marjan Minnesma van Urgenda voor het zorgpubliek, en architect Thomas Rau. “Als Rau zijn verhaal houdt zie je de vastgoedmensen eerst achteroverleunen in hun stoelen. Die zijn lang geleden opgeleid, hebben nog nooit gehoord van circulair bouwen en gaan eerst in de verdediging. Dan volgt ‘ja maar’ en als ze zich er dan in verdiepen zeggen ze aan het eind van de dag: ‘wat gaan we doen?’.”

Zo’n sessie leidde er bij het UMC Utrecht toe dat plannen voor een nieuwe poli juist de ijskast in gingen. “We hebben al 400.000 vierkante meter vastgoed, realiseerden ze zich, moeten we nog wel bouwen of kunnen we ook herschikken?”

Positieve gezondheid

Ook ontstond het plan om circulaire kleding voor de zorg te laten maken. “Als het versleten is, kan het in de shredder, met het granulaat is weer nieuwe kleding te fabriceren. We spraken met leveranciers, die werden enthousiast. Er kan nog veel meer, zeiden ze: sensoren inbouwen die waarschuwen als je verkeerd bukt. Of onderkleding met ondersteuning voor de schouders. Toen wisten we dat het kon, die duurzame uniformen, maar had niemand er geld voor over. Wie betaalt voor een test? Het ministerie? Ziekenhuizen? We werden van het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk heeft MVO Nederland het uit eigen zak gefinancierd. Het is gelukt omdat ik per se een modeshow van die kleding wilde op het congres ‘Gezonde zorg’. En ik kan heel vasthoudend zijn. In het Radboudumc is een eerste aanbesteding voor duurzame werkkleding uitgezet, het UMC Utrecht is ermee bezig.”

Van der Vloed begon vorig jaar een tweede ‘expeditie’ voor een groep zorginstanties in Noord-Nederland. Daar schoven ook verzekeraars aan, een bank en het Friesland College als leverancier van toekomstig zorgpersoneel. “Na die eerste expedities wordt het concreter, betrekken we er meer organisaties bij zoals bouwbedrijven, afvalverzamelaars en netbeheerders.” Deelnemers hebben het ook over mobiliteit, zoals de autootjes van de thuiszorg, de enorme bezoekersstromen rond een academisch ziekenhuis. En ze maken hardere afspraken over energiebesparing en duurzamer inkopen.

Het is een bewuste keuze om niet van meet af aan alles in te zetten op die relatief harde onderwerpen. Duurzaamheid in de zorg is een breed begrip, is de overtuiging van Van der Vloed. “Het gaat niet alleen om handelingen. We zijn op weg naar andere vormen van zorg vanuit een nieuw begrip van gezondheid. Niet afwezigheid van ziekte is de norm, maar de vraag of een mens zich gezond vóelt, zelfs als hij door ziekte beperkt wordt. Positieve gezondheid heet dat. Een oudere die bij de dokter komt met een zere knie moet niet alleen vragen over die knie krijgen, maar ook of er nog wel eens iemand langskomt. Het gaat om de integrale benadering: mentaal, fysiek, zingeving, meer aandacht voor preventie.”

Akelig stil

Daarnaast staat de sector voor een sociale opgave. “Neem BrabantZorg. Die heeft vijfduizend werknemers. Het overgrote deel van hen is vrouw en boven de 45 jaar. De helft van het personeel verricht naast het werk ook mantelzorg. Hoe pakt dat uit over een aantal jaren als ze zelf ouder worden, net als de ouders of schoonouders die ze verzorgen? Als ze zelf minder belastbaar zijn omdat ze in de overgang komen?”

Gelukkig, constateert Van der Vloed, ontbreekt het de meeste mensen in de zorg niet aan motivatie en zijn ze relatief hoog opgeleid. “Ze schakelen bijzonder snel.” Dat geldt niet voor de rijksoverheid. Hoewel gezondheidszorg een enorme post op de begroting is, Nederland klimaatdoelen moet halen en er bovendien geld te besparen is met duurzamer beleid – denk alleen al aan de energierekening – blijft het in Den Haag akelig stil.

Ongelooflijk, vindt Van der Vloed. “Stel dat de overheid, via de eisen voor de inkoop, aanstuurt op circulaire katheterzakken of injectiespuiten. Dan heb je gelijk een geweldig volume dat duurzame ontwikkeling enorm versnelt.”

Deel via: